Hoort, daar waait de muze aan
Nergens wordt zoveel aan poëzie gedaan als in Groningen. Zou er iets in het leidingwater zitten? Aan de vooravond van Dichters in de Prinsentuin, een van de grootste poëzie-evenementen van ons land, zoekt dichteres en bloemlezer Hannie Rouweler (Goor, 1951) naar een passende verklaring. “Het heeft met de ligging te maken, en met de mensen”, probeert ze. “Heel aardige mensen met een goede culturele ontwikkeling.”
Rouweler weet waar ze het over heeft. Enkele jaren geleden verliet ze omwille van de liefde Noord-Groningen om uiteindelijk in Vlaams Limburg neer te strijken. Gedreven door heimwee zette ze zich aan het samenstellen van de onlangs verschenen bloemlezing Uit het Noorden waait ze muze aan. “Een ode aan Groningen”, omschrijft ze de bundel met werk van 75 dichters. “Omdat ik mijn hart heb verpand aan de mensen en de omgeving.”
België is mooi, maar Groningen mooier, vertelt Rouweler. “Het komt door het licht. Hier in Diepenbeek ben ik omgeven door het groen van de bossen, maar boven mij blijven de wolken voortdurend hangen. In Groningen, en dan met name op Het Hoge Land, trekken ze voorbij. Maar het komt ook door het sociale leven, de kunst en de cultuur en vele vriendschappen die ik in Groningen heb opgedaan.”
Rouweler benaderde zo’n honderd dichters uit haar kenniskring met het verzoek de band met Groningen te verwoorden. Het overgrote deel reageerde positief, zelfs bij dichters die al lang en breed uit de stad of provincie waren vertrokken bleek nog altijd een hechte band te bestaan. “Uit de meeste gedichten spreekt veel liefde”, vat ze de inzendingen samen. “Maar daar was het mij niet om te doen. Ik wilde een bloemlezing die Groningen recht doet.”
En dus komen ook de minder fraaie kanten aan bod. Chawwa Wijnberg roept bijvoorbeeld de verdwenen joden van Appingedam terug en John Schoorl schreef een half ironisch, half wrang gedicht op Klinkhamer:
Hongerige wenkbrauwen,
zien verder
dan zijn ogen.
Lonkend naar Nietzsche
met Schubert voor eeuwig
aan de beugelfles.
Zwartgallig juichend
krijgt hij erbij
wat hij is kwijtgeraakt.
De prooi uit Finsterwolde
laat zijn wolven
nooit meer los.
Dat de speurtocht zoveel opleverde, heeft Rouweler wel en toch ook weer niet verrast. “Het saamhorigheidsgevoel in Groningen is groot”, weet ze. “Het heeft alles met de ligging te maken. Juist omdat mensen in Noorden ver verwijderd zijn van de rest van Nederland zoeken ze elkaar op in de stad. Het isolement levert ook iets op. Komt bij dat er een rijke cultuur en geschiedenis is. Voor mensen die graag hun eigen gang gaan, zoals kunstenaars, is Groningen ideaal.”
Er zijn dagen waarop Rouweler het Noorden hevig mist. “Vooral het literaire leven. Waar ik nu woon, is bijna niets, want alle Vlaamse steden liggen op een uur reizen; je zit zo in Antwerpen of Gent. Maar dan nog: een beetje Vlaams dichter of schrijver is op Nederland georiënteerd – daar zitten de lezers en de grote uitgevers. Ik kijk er naar uit om weer in Groningen te mogen optreden. Nu voel ik mij iets teveel ambassadeur op afstand.”
Festival Dichters in de Prinsentuin: 23, 24 en 25 juli in de binnenstad van Groningen. Voor het complete programma zie www.dichtersindeprinsentuin.nl. Hannie Rouweler treedt vrijdag 25 juli op. De bloemlezing ‘Uit het Noorden waait de muze aan’ is verschenen bij uitgeverij Passage. Prijs: €14.50 (96 blz.).