
Daniël Lohues (foto Ilvy Njiokiktjien) geldt als een van de grote publiekstrekkers in de theaters. Dat blijkt niet alleen uit het succesvolle vierluik Allennig. Dat blijkt ook uit Hout moet en uit zijn nieuwste programma Gunder waarmee hij met ingang van deze week langs de theaters trekt.
Of hij nog weet hoe hij met het theater in aanraking is gekomen? Lohues denkt na. “Als kind ging ik met mijn ouders wel eens naar Vredenburg in Utrecht, naar een pianoconcert. Machtig mooi. En op zondag draaiden we elpees van Wim Sonneveld en Toon Hermans”, zegt hij. “Maar theater als zodanig? Met de lagere school ben ik ooit naar een kindertheatervoorstelling in De Muzeval geweest. Daar kan ik mij nauwelijks iets van herinneren. Het zal aan de voorstelling hebben gelegen. Het meeste uit die tijd weet ik nog.”
Sinds een jaar of vijf geldt Daniël Lohues als een succesvol podiumkunstenaar. In Drenthe en daarbuiten. Cruciaal in dat verband is Allennig, het gelijknamige album en soloprogramma dat in 2006 volgde op zijn werk met The Louisiana Blues Club. Allennig – dat uiteindelijk uitmondde in een vierluik – betekende een terugkeer naar de eenvoud voor de zanger, componist, schrijver en producer uit Erica: een man alleen, met snaren, toetsen en liedjes.
En het betekende een verhuizing van popconcerten en festivals naar schouwburgen en theaters. Daar ging geen plan aan vooraf, benadrukt Lohues (Emmen, 1971) nu hij met Gunder aan zijn zesde theaterprogramma begint. “Het gaat altijd vanzelf. En het begint met muziek. Ik ben bezig liedjes te maken, met schrijven. Later, als er een stapel nummers ligt, zie ik dat het een bepaalde kant op gaat, dat ik het ergens over wil hebben, dat iets mij dwars zit. Het gaat allemaal op gevoel. Zo ging het met The Charlies, met Skik, met The Blues Club, met Allennig, met Hout moet. Achteraf blijken het projecten.”
Inmiddels wordt het theater gekoesterd. “Met Skik probeerden we zo te spelen dat het er niet toe deed in welke taal de liedjes werden gezongen”, vertelt hij. “Nu merk ik hoe fijn het is als je de taal wél kunt verstaan. In het theater is de akoestiek vaak geweldig. Je hebt er een mooie vleugel, je kunt er fantastisch musiceren, er zitten soms wel twaalfhonderd mensen naar je te luisteren. Ik zeg niet dat ik nooit meer rock ‘n’ roll wil spelen – als ik het doe moet het knoerthard. Maar mooi zacht is ook heel fijn.”
Net als bij Hout moet werd voor Gunder de hulp ingeroepen van gitarist Bernard Gepken en bassist Guus Strijbosch. Toch is Lohues in veel opzichten een onmiskenbare doe-het-zelver. In de studio schrijft, speelt en registreert hij veel in zijn eentje. In het theater opereert hij – opvallend – zonder producent en regisseur. “Dat is niet omdat ik het onnodig vind. Dat is omdat ik alles graag zelf doe. Ik vind het mooi dingen zelf te verzinnen. Uiteraard luister ik naar de opmerkingen van collega’s. Ik heb veel geleerd van de maestro’s, van Herman Finkers, Freek de Jonge en Herman van Veen.”
Geen optreden is hetzelfde, bezweert hij. “Ik mocht altijd al graag iets zeggen op het podium. Maar sinds ik in het theater sta, voel ik mij steeds meer een verhalenverteller. Het kristalliseert zich uit. Gaandeweg leer je over timing, over spanning en waar je een bepaalde grap moet maken. Wat niet wil zeggen dat je na de zeventigste keer op een knop kunt drukken. Want het publiek reageert iedere keer anders. Dat kan aan het theater liggen: in Almere is het anders dan in Amstelveen. Maar ook aan de wereld: toen Japan werd getroffen door de Tsunami merkte ik dat aan het publiek. Zelfs als het buiten volle maan is, kun je dat in de zaal voelen.”
Album en tour
Het nieuwe album Gunder verschijnt medio februari. Daniël Lohues tourt met zijn gelijknamige programma vanaf 1 februari door het hele land. Voor data klik hier.
(Eerder gepubliceerd in de Drentse Theater Krant)
Voor alles is een tijd. Michel Eyquem de Montaigne moest eerst een bijnadoodervaring meemaken alvorens hij met schrijven kon beginnen. Daarna volgde een onmiskenbaar succesverhaal, met bijbehorende pieken en dalen en uiteindelijk een stijgende lijn. Ruim vijfhonderd jaar na publicatie gelden zijn Essais als een eeuwig fris meesterwerk, als inspiratiebron voor schrijvers en filosofen over de hele wereld.
De Britse docent creative writing Sarah Bakewell schreef een enthousiasmerende biografie van Montaigne (1533 – 1592). Haar Hoe te leven. Een leven van Montaigne in één vraag en twintig pogingen tot een antwoord is een geslaagde, uitstekend leesbare, zeer informatieve introductie op het werk van een denker uit Frankrijk, die begreep dat niets vast staat en dat de mens om die reden veel ruimte en vrijheid nodig heeft.
Montaigne was ongetwijfeld niet de eerste met die opvatting.Wat hem anders maakt dan zijn voorgangers is dat hij zijn ideeën zó op papier zette dat het tot een genre heeft geleid: het essay. In ons land wordt zijn vinding gezien als dé schrijfvorm voor denkers; een beetje auteur bundelt vroeg of laat zijn essays.
Maar er is nog iets waarin Montaigne, volgens Bakewell, verschilt van de schrijvende denkers voor hem: zijn stijl. Hij hanteerde een zeer persoonlijk handschrift voor uiteenlopende onderwerpen: over het slapen, over geuren, over dronkenschap, over duimen, over koetsen, over woede, over vriendschap et cetera. 107 essays, steeds met zichzelf en zijn naaste omgeving als uitgangspunt, dus met het openhouden van de mogelijkheid dat anderen héél anders konden denken.
Dat laatste gebeurde ook. De katholieke kerk hield de Essais bijna tweehonderd jaar op de lijst met verboden werken, vooral omdat het zoveel ruimte bood voor twijfel. René Descartes vond de geschriften veel te vrijblijvend. Blaise Pascal maakte er de kachel mee aan: "Hij spreekt zowel degenen tegen die stellen dat alles onzekerheid is, als degenen die stellen dat dit niet zo is, omdat hij helemaal niets wil stellen."
Maar het werk doorstond de kritiek glansrijk. Biograaf Bakewell citeert tal van prominenten die Montaignes gelijk bewijzen en hun bewondering uiten.Walt Whitman: "Spreek ik mezelf tegen? Heel goed, dan spreek ik mezelf tegen. Ik ben omvangrijk. Ik omvat menigten." Gustave Flaubert: "Lees hem niet zoals kinderen zouden doen, namelijk om je te vermaken, en evenmin zoals ambitieuze mensen, namelijk om te worden onderricht. Nee, lees hem om te leven."
Om die reden heeft Bakewell voor haar geïllustreerde biografie een structuur gekozen van een zelfhulpboek. Hoofdstukken hebben titels als Lees veel, vergeet het meeste en wees traag van geest, Wees gematigd, Ga op reis, Doe je werk goed, maar niet te goed en Geef de controle op. Stuk voor stuk behandelen ze een aspect uit de Essais en delen uit het leven van Montaigne, inclusief zijn nierstenen. Plus nog twee andere lijnen: de receptie van het werk door de eeuwen heen, en het Frankrijk van de zestiende eeuw.
Het land lag er niet best bij in die tijd. Bakewell formuleert het zo: "De halve eeuw waarin Montaigne leefde was zo rampzalig voor Frankrijk dat het land nóg een halve eeuw nodig had om ervan te herstellen – en in sommige opzichten kwam het herstel nooit, want de onrust aan het einde van de zestiende eeuw belette Frankrijk een groot rijk in de NieuweWereld op te bouwen, zoals Engeland en Spanje deden, en leidde ertoe dat het een naar binnen gericht land bleef."
Het leven van Montaigne is in hoofdlijnen overzichtelijk: zoon van een welgestelde landeigenaar volgt opleiding tot jurist, krijgt aanstelling in Zuid-Frankrijk, maar neemt op 37-jarige leeftijd – na een aantal sterfgevallen in naaste kring – ontslag om ’stil’ te gaan leven. Na tien jaar publiceert hij de eerste editie van zijn Essais. Zijn naam en faam stijgt, hij maakt reizen, wordt onverwacht gevraagd als burgemeester van Bordeaux, en raakt tegen zijn zin actief in de landelijke politiek.
Het werk waaiert alle kanten op, het gaat van hoog naar laag, van diepzinnig naar banaal. Met die aangename verscheidenheid was Montaigne zijn tijd ver vooruit, je zou het pre-modern kunnen noemen. Bakewell laat zien dat de ideeën niet uit de lucht kwamen vallen. Op overtuigende wijze legt zij verbanden tussen Montaigne, de veranderingen van zijn tijd en de klassieke oudheid.
Montaigne haalde zijn inspiratie bij Plutarchus, de Griekse wijsgeer uit de eerste eeuw na Christus van wie rond 1570 juist werk in het Frans was vertaald. En bij Seneca, de Romeinse schrijver en filosoof uit de eerste eeuw. Zo stond zelfs de bewonderde Montaigne op de schouders van giganten. Ook hem was niets menselijks vreemd. Maar lees daarvoor vooral zijn essays.
Boek: Hoe te leven. Een leven van Montaigne in één vraag en twintig pogingen tot een antwoord. Auteur: Sarah Bakewell. Uitgever: Van Gennep. Prijs: 22,50 euro (492 blz.). Boek: De essays. Auteur: Michel de Montaigne. Uitgever: Athenaeum – Polak & Van Gennep. Prijs: 37,50 euro (1476 blz.)
Marcel Möring is met Louteringsberg genomineerd voor zowel de Libris Literatuur Prijs als De Gouden Boekenuil. Ook A.F.Th. van der Heijden (Tonio), Jeroen Brouwers (Bittere bloemen) en Herman Koch (Zomerhuis met zwembad) zijn voor beide prijzen in de race. Dat hebben de jury's van de prijzen bekendgemaakt.
Op 12 maart worden de zes titels op de shortlist van de Libris Prijs vrijgegeven. Op 7 mei wordt vervolgens bekend wie 50.000 euro wint. De Vlaamse jury maakt eind volgende maand bekend welke vijf titels op de shortlist van de Gouden Boekenuil overblijven. De winnaar van deze prijs, 25.000 euro, wordt 5 mei bekendgemaakt.
Radioprogramma Argos bracht zaterdag een uitgebreid item van Willem de Haan over de verplaatsing van Dierenpark Emmen. Groot nieuws zat er niet in, of het moet het aarzelende voornemen van Henk Dietz zijn. Die speelt met de gedachte de Europese Commissie te vragen of het de Nederlandse overheid is toegestaan 170 miljoen euro geld te investeren in een particuliere onderneming. Dietz, eigenaar van een vogelpark in Ruinen, wil zulke steun ook wel.
Volgens de gemeente Emmen, die een notaris in Zwolle consulteerde, is geen sprake van staatssteun. Bart Hessel van de Universiteit Utrecht twijfelt. Het mag alleen als de verplaatsing gedwongen is en dat lijkt hem niet het geval. Een kwestie van interpretatie. Het park is in de huidige opzet, op de huidige locatie, failliet. Op de Es is een toekomst. Aan de andere kant: waarom zou voor een gesaneerd park aan de Hoofdstraat, in kleinere vorm, geen toekomst bestaan? In die zin is verplaatsing niet noodzakelijk, maar vooral gewenst.
Enfin. Het interessante van de uitzending zat in de analyse: hoe een gemeentebestuur aan een avontuur begint zonder te overzien wat de gevolgen zijn en vervolgens niet meer op de schreden te kunnen terugkeren omdat het avontuur al is begonnen. Te grote stappen voor een krimpende gemeente. Zelfs Aleid Rensen, directeur in de tijd dat het dierenpark nog toonaangevend was en winst maakte, denkt niet dat de verplaatsing nog wordt afgeblazen.
En de eerlijkheid gebied: Woest & Ledig gelooft daar ook niet meer in. Het schip maakt water en de twee doofstomme kapiteins – Bouke Arends en Frankwin van Beers – houden vol goede moed vast aan hun koers om de Noord. “We naderen nu de Wereld van de IJzige Kou. Daar, achter die ijsberg! Volle kracht vooruit! Gooi er nog wat knopen tegenaan Willem Barendtsz!”
Afgelopen week tekende zich binnen provinciale staten een meerderheid af voor nog eens een investering van 12 miljoen euro in het park, deels als subsidie, deels lening onder versoepelde voorwaarden. Daarmee heeft burgemeester Bijl en zijn wethouders de laatste hindernis genomen, zodat dit voorjaar de definitieve handtekeningen kunnen worden gezet. Dat er nog geld ontbreekt, zoals uit Den Haag, baart de provincie Drenthe geen zorgen.
Hoe het nu verder gaat? Een voorspelling.
In 2015 gaat het park op de Es volgens planning open voor publiek. Er komen geen 1,3 miljoen bezoekers, want de opening was later dan gedacht, het park is ook nog niet helemaal klaar. Het jaar daarop, na een ideale zomer, komen er 1 miljoen – zoals begroot, zegt de directie. In 2018 blijken er financiële problemen bij het theater, de vaste kosten van het gebouw blijken erg hoog. In 2019 valt het bezoek aan het Belevingspark enigszins tegen. Vooral vanwege het weer, zegt de directie. Enzoverder enzovoorts.
En ieder jaar, zo vertelden de makers van Argos, betaalt de gemeente Emmen 3,2 miljoen euro voor investeringen in een particuliere onderneming. Investeringen die nodig zijn omdat het bedrijf aan de Hoofdstraat jarenlang slecht werd geleid en omdat andere particuliere investeerders geen moneyspinner zien in een Belevingspark aan de rand van Noord-Nederland. Ieder jaar 3,2 miljoen. Veertig jaar lang…
Zaterdag plofte ook het aanslagbiljet gemeentelijke belastingen op de mat. Totaalbedrag: 1.236,29 euro. Wordt automatisch afgeschreven.
Ron Rijghard memoreerde het in NRC/Handelsblad van donderdag: het project Dichter Draagt Voor van Stichting Lezen, Cultura24 en Ramsey Nasr. Stichting Lezen wil met het project aandacht vragen voor het belang van voorlezen. Nasr gaat het er om dat werk van Nederlands dichters niet verloren gaat voor komende generaties, een streven vergelijkbaar met dat van Bart FM Droog en zijn Nederlandse Poëzie Encyclopedie.
Afgelopen week is, als pilot, de eerste film online gezet van wat moet uitgroeien tot een verzameling waarop Nasr een eigen selectie van gedichten voorleest. Het spits wordt afgebeten met Als ik dood zal zijn van J.H. Leopold. Wat nog volgt varieërt van Middeleeuws tot hedendaags, van auteurs als Boutens, Gorter, Achterberg, Lucebert, Focquenbroch en Bredero.
Aan de memorabele momenten die popclub Vera reeds heeft gekend, kan een volgende worden toegevoegd: de 64-jarige John Cooper-Clarke tijdens Gedignag 2012 (Foto Jan Glas). Op zijn verjaardag, dertig jaar na een eerste bezoek deed de Britse punkdichter opnieuw Groningen aan. Triomfantelijk, aan het begin van de Poëziemarathon tijdens Gedichtendag.
Hoewel al jaren actief als podiumdichter bereikte Cooper-Clarke in februari 1981 het hoogtepunt van zijn ‘roem'. Vooral dankzij Snap, Crackle & Bop, een album met gedichten als Conditional Discharge en Beasley Street, vastgelegd met het geluid van Factory-producer Martin Hannett. Daarna liep het heel anders, ook wegens een heroïne-hobby. Hij bracht nog één album uit en werd vervolgens ‘manager' van de tragische zangeres Nico.
In 2007 waren de schijnwerpers terug. Nu dankzij de makers van televisie-reeks The Sopranos, die zijn gedicht Evidently Chickentown gebruikten, een cameo in de film Control van Anton Corbijn en de lof die hij kreeg toegezwaaid door de Arctic Monkeys. Het leverde hem in eigen land erkenning in het literaire circuit op en een nieuw, zij niet al te groot publiek.
Woensdag oogde Cooper-Clarke alsof de tand des tijd aan hem voorbij is gegaan: broodmager, gegroefd gezicht, getoupeerd en haar, stijlvol zwart gekleed. En hij bleek ad rem als een stand-up comedian. Destijds viel hij op door bijtende en spottende gedichten uit te spugen, waarin hij zichzelf en zijn omgeving niet spaarde. Dat doet hij steeds, met het tempo van een commentator die een hondenrace verslaat, zeer verstaanbaar en met ontwapenende flair.
Toegegeven, vergeleken met zijn jonge voorgangers tijdens Gedignag, en dan vooral met de geweldige stemkunstenaar Daan Doesborgh, is Cooper-Clarke met zijn eindrijmen blijven hangen in de negentiende eeuw. De kracht zit vooral in een verbluffend vermogen het publiek op de tenen te doen staan en op alles te reageren wat om hem heen gebeurt. De meest getapte gozer aan de bar. Zeer gevat. En, niet onbelangrijk, in het bezit van een stapel messcherpe gedichten.
Gebeurtenis: optreden John Cooper-Clarke ikv Gedignag. Gezien: 25/1 Vera Groningen. Publiek: 50. Bijzonderheid: ook met Dennis Gaens, Daan Doesborgh, Ellen Deckwitz, Elwin Staal + Sieger MG.
Met de inspanningen van Ivo de Wijs en Jan Kruis in het geheugen ligt nu de echte Woutertje Pieterse weer in de winkel. Dat wil zeggen: een Woutertje gebaseerd op de selectie van weduwe Mimi Douwes Dekker- Hamminck Schepel in 1890. Multatuli zag de vertelling als onlosmakelijk onderdeel van zijn zeven bundels Ideeën.
Bij ons in de boekenkast staat een Prisma Klassieken 39 uit 1980, in gebonden staat, maar inmiddels vervallen. In die zin komt deze handzame, witte uitgave met een nawoord van Dik van der Meulen mooi op tijd.
Toch doen we de oude niet weg. Uitsluitend vanwege het notenapparaat waarin namen, woorden en uitdrukkingen worden verklaard als asterant, modus quo, paletootje, dorperheid, Themistocles. Misschien voor u gesneden koek, maar voor deze mens onbegrijpelijkheden, en dat in een hoofdstuk over ‘de zedelyke strekking van ’t kleerborstelen’.
Er omheen lezen kan uiteraard ook. Ook dan stuit je op een verbluffende rijkdom. Multatuli’s schrijfplezier komt vooral tot uiting in schijnbare terzijdes, als hij bijvoorbeeld dialogen weergeeft en daar op reageert, als zat hij live onder de lamp bij Wouter, juffrouw Pieterse, Stoffel, Trui en het mens van Laps.
Dan blijkt hoeveel ons is onthouden in de hertaling van De Wijs en de geïllustreerde versie van Kruis. Hoe goed bedoeld ook, die uitgaven reduceren Woutertje tot een verhaaltje over een jongen in de negentiende eeuw. Waardoor de lezer verstoken blijft van kritische beschouwingen. Terwijl het Multatuli daar toch om te doen is geweest.
Boek: Woutertje Pieterse. Auteur: Multatuli. Nawoord: Dik van der Meulen. Uitgever: Athenaeum. Prijs: 19,95 euro (656 blz.)
Ze worden aangekondigd als de Toppers van Friesland, maar Meindert Talma is daar niet blij mee. De Toppers dat is toch iets van meegalmen, mal doen en meer dan een mens kan verdragen. Daar gaat het juist níet om bij Seunnenga, Bruinja en Talma. Het trio, dat op de kop af een jaar door het land sjouwt, staat voor het kleine en het fijne.
En dus waren ze goed op hun plek in de bibliotheek van Emmen waar een programma werd gebracht met literaire liedjes, gedichten en voordracht. Seunnenga speelde werk van zijn album Uit angst voor de holheid en zijn nog te verschijnen plaat Jantje lacht, Jantje huilt. Bruinja deed de gedichten, in het Nederlands en het Fries. En Talma las en zong, onder meer een nummer van zijn omstreden album De zee roept.
Strak ging het er niet aan toe. Omwille het contact met het publiek viel daar wel wat voor te zeggen en had ook zeker charme, het gehannes met een onwillige microfoonstandaard en de onderlinge lol. Aan de andere kant: veel rommeliger moet het niet worden. En dat Bruinja eerder weg moest, omdat de trein naar Amsterdam zo vroeg vanuit Emmen vertrekt, daar hebben we in Drenthe eigenlijk geen boodschap aan.
Waarmee niet is gezegd dat de drie beneden de maat presteerden. Het is eerder meer delen dan som; afzonderlijk bezitten ze veel kwaliteit. In Seunnenga valt een Drs. P.- achtige klasse te ontwaren, gebaseerd op een droogkomische presentatie van ontroerend-absurdistische liedjes. En Bruinja mag zich met recht een sprankelend dichter noemen, in vorm, inhoud en voordracht. En nog eens betrokken ook, getuige de prikactie voor zijn gevangen Birmese collega Thargyi Maung Zeya.
Talma tenslotte ontroerde met een prachtig lied over kinderen in het Fries, en liet ons onbedaarlijk lachen met zijn drieluik Ik Jan Cremer in Drenthe. De afwezigheid van zijn jammerende orgel compenseerde hij met een glimp op zijn nieuwste project Eenmaal Oranje, een cd bij een boek over voetballers die een keer ’s lands eer hebben verdedigd, zoals OekieHoekema, Martin Koeman en Barry van Galen.
Al met al heel leuk en aardig zo’n avond met Seunnenga, Bruinja en Talma. Geen Toppers, maar als ze hun programma met een beetje botox en een likje schmink bijplamuren een onmiskenbare aanwinst voor het literaire circuit en demultidisciplinaire festivals.
Gebeurtenis: optreden Seunnenga, Bruinja en Talma. Met: Jankobus Seunnenga (zang, gitaar), Tsead Bruinja (gedichten) en Meindert Talma (zang, voordracht, piano). Gezien: 24/1 Bibliotheek Emmen. Publiek: 30.
Tien jaar al biedt het Departement voor Filosofie en Kunst in Assen, kortweg DeFKa, een podium aan het Frank Mohr Instituut (MFI), de masteropleiding voor kunstenaars in Groningen. Eerst aan de Vaart en sinds een jaar of drie aan de Venestraat. Momenteel tonen aldaar zeventien studenten hun werk onder de titel All Options Open.
Oftewel: alles is mogelijk.
Dus ook het leegkiepen van een kruiwagen bagger in de voormalige aula, het ophangen van een schommel in de entreehal en het projecteren van beelden van een bad vol schuim en zeepbellen op een wittemuur, inclusief het oproepen van de bijbehorende geuren. Allemaal onderdelen van een performance waarmee Janine van Veen All Options Open opende.
"Geen kunst die je snel in het Groninger Museum of Museum De Buitenplaats zult aantreffen," zegt Ton Mars van het FMI. "Eerder bij kunstenaarsinitiatieven, of op andere plekken voor hedendaagse, moderne kunst. Maar op een dag zou het werk van Janine zomaar in, bijvoorbeeld, museum De Pont in Tilburg te zien kunnen zijn."
Mars geeft een rondleiding. Verwacht geen kunst die de werkelijkheid wil bevestigen, waarschuwt hij. Aan het instituutwordt geleerd dat er meer werkelijkheden bestaan dan de esthetische werkelijkheid van de Klassieke Academie. Reken op verwarring en ontregeling. "Het is avontuur", zegt Mars. "En het is onderwijs. Niet alles is perfect."
We houden stil bij een pilon die horizontaal aan een muur is geschroefd. Het topje is verwijderd, zodat een kijkgat is ontstaan met uitzicht op een tekening van, eh, laten we het een steiger noemen. Of een klimrek.Wat het is? Mars twijfelt. "Het heeft misschien met werk in uitvoering te maken. En gelet op het verweerde uiterlijk van de pilon zou je kunnen denken dat de kunstenaar voorstander is van hergebruik van materialen."
Hoeveel informatie is nodig om kunst te kunnen waarderen? "Een werk hoeft niet per se op zichzelf te staan", zegt Mars. "Soms is extra informatie prettig, maar soms ook niet. Soms wil de kunstenaar informatie kwijt, soms juist niet. Bij klassieke schilderkunst zijn we geneigd te zeggen: ‘Dat snap ik’.Wat niet waar is, want echt snappen doe je kunst nooit, volgens mij."
In een aanpalende ruimte hangen twee werken van Joyce Zwerver. Het ene bestaat uit lange, onregelmatige banieren van transparant papier, die met grijze inkt zijn bewerkt en elkaar overlappen. Het andere bestaat uit drie sculpturen van rode zijde, op verschillende manieren geknoopt, het lijken hangende jurken. De banieren zijn méér dan geslaagd. "Dit heeft zeker kwaliteit", beaamt Mars. "Vervolgens is de vraag: Waar zit dat in?" De ’jurken’ komen niet tot hun recht. "Daar moet Joyce nog even naar kijken."
Exposeren in Assen is ook improviseren. Lotte Bosman koos een lage ruimte onder een podium, waar het publiek gebogen over haar fijne tekenwerk móet staan. Veronique Schrama (foto), gewend aan papier, belandde in een kamer met een intercomsysteem dat inspireerde tot muurtekeningen met apparaten.
Drie afdelingen telt het FMI – naast schilderkunst en interactieve media is er tevens de in Assen afwezige theatervormgeving. De masteropleiding in Groningen trekt studenten van over de hele wereld: Japanners, Chinezen, Spanjaarden, Amerikanen. Het aantal studieplekken is beperkt. "Het is een elitaire opleiding," zegt Mars.
Doet het FMI aan baangaranties? "Er is een markt voor deze kunst, een kleine markt. Dat weten de studenten", zegt Mars. "Maar het gaat ze niet om de markt. Deze kunstenaars willen hun werk maken, zonder direct aan een publiek of carrières te denken. En ze willen diewerken tonen.Wat niet altijd makkelijk is, maar wel mogelijk. Daarna willen ze erkenning. Niet zozeer in geld, maar in waardering."
Tentoonstelling
All Options Open met werk van studenten van het Frank Mohr Instituut is tot en met 11/2 te zien bij DeFKa in het Stedelijk Museum Assen voor Hedendaagse Kunst (SMAHK) aan de Venestraat 88 in Assen. Open do t/m za van 13.00 tot 17.00 uur. Zie ook www.smahk.nl



