Een boek ter bestrijding van de ontlezing (2)

Cover_JoepvanRuitenJe zou mij op de hoogte houden over dat boek van jou. Is er nog nieuws?

- Nieuws, nieuws. Dat boek van mij is wel belangrijk, maar toch ook weer niet zo belangrijk dat ik er nieuws van wil maken. Dat moet je als schrijver niet willen, nieuws maken. Dat is meer iets voor journalisten. De tekst, de autonome inhoud, die moet het doen.

Laat ik het dan anders formuleren: Hoe gaat het?

- Wel goed, denk ik. Zeker weten doe je dat nooit, ik althans niet. Ik word altijd een beetje verlegen als mensen vragen hoe het gaat. Want hoe gaat het nu echt? Wat betreft het boek, dat gaat goed. Ik heb het manuscript teruggekregen met een aantal voorgestelde correcties en suggesties. Ik vreesde het ergste, maar het valt alleszins mee. Ze zijn heel beleefd en vriendelijk bij uitgeverij kleine Uil.

Slechts twee dingen zeker: alles schrappen, en opnieuw beginnen.

- Ja, leuk, grappig. Nee. Iets eruit, tikfoutjes vooral. Twee stukken eruit, drie erbij. Als ik dat zou willen. ‘Want het is jouw boek,’ zei de redacteur op de toon van iemand die zijn handen liever niet ziet branden. Daarop ben ik er opnieuw voor gaan zitten. Het was nog een behoorlijke klus. Geeft niets. Als ik het anders had gewild, had ik beter kunnen aankloppen bij zo’n uitgeverij waar ze geblinddoekt op de printknop drukken en er een kaft omheen plakken die al opkrult terwijl jij nog met lezen moet beginnen. Ik ben door naar de volgende ronde, geloof ik.

Vorige keer maakte je je zorgen over de papierschaarste. Hoe staat het daarmee?

- Ik hoor er weinig over, maar het zal er vast nog zijn, misschien komt het weer terug. Ik heb er een andere zorg bij: de crisis. Kunnen mensen straks mijn boek nog wel kopen? Het kan zomaar dat ze het geld voor iets anders nodig hebben.

Voor de energierekening bedoel je? Het kabinet heeft plannen bekendgemaakt om die kosten te dempen.

- Dat is waar, dat is een kleine geruststelling. Zelf had ik gedacht dat als mensen een boek kopen, mijn boek, dat ze op tijd naar bed kunnen. Lekker lezen onder de dekentjes. Dat is goedkoper en aangenamer dan op de bank bij 15 graden naar een talkshow op de buis kijken of je zorgen wegzuipen in een bruinig café dat door gebrek aan personeel niet langer wordt schoongemaakt. Leerzamer ook. Win-win.

Goed bedacht.

- Dank je. Waar ik nu voor vrees, is een te zachte winter.


Leest ‘Etty Hillesum. Het verhaal van haar leven’

Etty Hillesum
Ik lees voor Dagblad van het Noorden en vermoedelijk ook de Leeuwarder Courant, dat laatste weet je nooit, soms wijken Friezen op het laatste moment van gezamenlijke plannen af, al gaat het de laatste tijd beter, de biografie Etty Hillesum. Het verhaal van haar leven. Schrijver is Judith Koelemeijer. Volgens het nawoord heeft ze tien jaar aan haar boek gewerkt. De presentatie is vandaag, dinsdag 20 september.

Dat ik de biografie van Etty Hillesum van belang vind voor de lezers van mijn krant(en) heeft deels te maken met het gegeven dat zij een paar jaar van haar leven in Winschoten heeft doorgebracht. Geen bepalende jaren, weet ik. Ze was vier jaar toen ze als dochter van een leraar klassieke talen in Winschoten arriveerde. Ze was elf jaar toen het gezin naar Deventer verhuisde waar vader conrector kon worden.

Dat Koelemeijer over de Oost-Groninger jaren schrijft, heeft ermee te maken dat het verblijf iets zegt over het karakter van haar vader. Louis Hillesum was een man die zichzelf probeerde op te werken via het onderwijs. ‘Een carrière als leraar betekende veel verhuizen, gestaag dienstjaren opbouwen, streven naar een steeds hogere jaarwedde, en als bekroning hopelijk de gooi naar het (con)rectorschap,’ schrijft ze.

De vader van Etty Hillesum was een job-hopper. Na anderhalf jaar in Tiel solliciteerde hij naar de baan van conrector aan het gymnasium van Winschoten. Het Winschoter gymnasium had volgens Koelemeijer op dat moment een slechte naam. Het totale aantal leerlingen was met 31 tot een dieptepunt gedaald, en het voortbestaan van de school had in de voorgaande jaren in de gemeenteraad herhaaldelijk ter discussie gestaan.

Ze schrijft ook dit:

‘Vooral in Winschoten en Deventer werd er vreselijk geroddeld over mevrouw Hillesum, die zo raar Nederlands sprak, met een rollende r, en in wier huis het een chaos was. Ze had ‘’n hoeshòln van Jan Stain’, fluisterden de huisvrouwen op z’n Gronings in het noorden.’

Hierbij is het goed om te weten dat de moeder van oorsprong uit Rusland kwam en dochter Etty een moeizame verhouding met haar had. De temperamentvolle moeder vluchtte ooit voor barre omstandigheden en pogroms door verkleed als soldaat op de trein naar het Westen te stappen. Een van de knappe staaltjes in de biografie is dat Koelemeijer erin is geslaagd deze Russische wortels van de familie bloot te leggen.

Die Russische komaf wordt later nog een keer belangrijk als de moeder vanuit Amsterdam op de trein naar Westerbork dreigt te worden gezet. Ze probeert dit te voorkomen door de Duitsers te wijzen op haar papieren waarin wel staat dat ze uit Rusland komt, maar niet dat ze joods is. Vader Louis en dochter Etty hebben zich er dan al bij neergelegd dat ze joods zijn en hun lot moeten ondergaan. Moeder komt binnen het gezin min of meer alleen te staan.

Nog even terug naar Winschoten. Hoewel er geen – voor de biografie – cruciale gebeurtenissen hebben plaatsgevonden, vond Koelemeijer het toch nodig om naar Groningen te reizen en het huis te bezoeken.  

‘De familie Hillesum woonde in Winschoten in een ruime, pas opgeleverde tweeondereenkapwoning aan de Oranjestraat 2. Het huis had een zolder, die je via een steile trap kon bereiken. Een lange, smalle ruimte onder het puntdak; alleen in het midden kon je er rechtop staan. In de schuine zolderwand bevond zich een raampje met een uitzetijzer, zodat je het kon opendoen om te luchten. Honderd jaar na dato zit dat raampje er nog steeds.’

Nu weer verder lezen.


Toen vader en moeder op stap gingen zonder mij

Cobie Douma 1942
Ik ging naar het Fotomuseum in Den Haag om de W.F. Hermans-tentoonstelling Vrij belangrijke foto’s te zien. Om daar te komen, moest ik eerst door de zalen met de expositie Ouders. Wat ik toen nog niet wist, weet ik inmiddels wel: Ouders bleek veel malen interessanter.

Getoond wordt werk van zo’n dertig fotografen die hun eigen vader en moeder hebben vastgelegd. De tentoonstelling laat, in de woorden van het museum, ‘zien dat de ouder-kindrelatie universeel is en tegelijkertijd uitermate persoonlijk en intiem’. Daar is niets van gelogen.

Hoewel de expositie foto’s bevat van mensen als Jan Banning, Erwin Olaf, Robin de Puy en Corbino bleef mijn oog vooral hangen bij een foto die ene Cobie Douma in september 1942 maakte toen ze vanuit een raam aan de Dr. D. Bosstraat in Winschoten haar ouders zag wegwandelen. Ze maakte een notitie bij de foto: ‘Vader en moeder op straat toen ze op stap gingen zonder mij’.

Volgens de begeleidende tekst was Douma (1914 – 2001) een Fries-Groningse huishoudschoollerares die zichzelf tijdens de Tweede Wereldoorlog de opdracht had gesteld ‘de effecten van de bezetting op het alledaagse leven vast te leggen in haar woonplaats Groningen en later Winschoten’. Ze kocht van haar vakantiegeld een camera en bundelde de resultaten in zelfgemaakte albums.

Douma was 28 of 29 jaar in 1942. Ze fotografeerde toen al veertien jaar. Dat haar foto’s in Den Haag worden getoond, is omdat ze zijn opgenomen in de collectie ‘Illegale Fotografie tijdens de Duitse bezetting’ van het Nationaal Archief. Op verschillende plekken op het internet, maar vooral via deze website, zijn veel van haar foto’s te bekijken.

Volgens het Fotomuseum zat Douma in het verzet. Dat lezende krijgt de notitie  ‘Vader en moeder op straat toen ze op stap gingen zonder mij’ een heel andere betekenis. Zaten zij misschien ook in het verzet?

Als ik goed naar de foto kijk, zie ik de ouders van Douma lachen. Dat kan van de spanning zijn. Maar ook van de opluchting. Even zoeken levert nog een foto op die Douma maakte van haar ouders. Ook dan lachen ze. Volgens de bijbehorende notitie is deze foto gemaakt tussen 1 mei 1945 en 31 december 1945. Dan zal het uit opluchting zijn. Winschoten werd bevrijd in april 1945.


De openbare ruimte is van ons allemaal

De openbare ruimte is van iedereen, en iedereen gebruikt hem of haar naar goeddunken op geheel eigen wijze. Oftewel: drie ergernissen die te klein zijn om je druk over te maken en daardoor blijven bestaan.

Sfinx Emmen
Hoe de horeca de publieke ruimte inneemt.

Zo34 Emmen
Hoe subsidie wordt gebruikt voor illegale doeleinden. En nog slordig ook.

Shantykorenfestival Emmen
Hoe monumentale podiummogelijkheden onbenut blijven.


Opnieuw: Kunt u mij de weg wijzen naar het CBK?

Kunt u mij de weg wijzen naar het CBK
In 2016 begon ik in Emmen fotobordjes te spotten van het kunstwerk Kunt u mij de weg wijzen naar het CBK?. De maker, Carel Lanters, had ze eind vorige eeuw op verschillende plaatsen in en rond Emmen opgehangen. Op elk bordje wijst iemand de weg naar het Centrum Beeldende Kunst.

Dertien vond ik er, terwijl Lanters er 160 zou hebben gemaakt. Waar waren die andere bordjes gebleven?

Een deel hangt sinds 2015 aan de muur van het gemeentehuis. Niet alle 160, nee, daar hangen er 144, waarvan er slechts 57 origineel zijn. 87 bordjes zijn replica’s. Minus de dertien originele bordjes die ik in Emmen op hun oorspronkelijke plek aantrof, waren destijds nog 74 fotobordjes zoek.

Deze week ontdekte ik er een in winkelcentrum De Weiert. Nog 73 te gaan.


Het simpele denken van Sander Schimmelpenninck

Sander Schimmelpenninck
In mijn kring hoor ik soms waarderende geluiden over de Volkskrant-columns van Sander Schimmelpenninck. “Hadden wij maar zo iemand,” sprak laatst een collega bij Dagblad van het Noorden. “Iemand die goed schrijft, van de inhoud weet en zegt waar het op staat, zouden wij ook moeten hebben.”

Ik moest aan die collega denken nadat ik de maandagse column van Schimmelpenninck had gelezen. ‘Het platteland lijkt ontnuchterd, de plattelanders de schaamte voorbij’, luidt de kop.

Daaronder schrijft Schimmelpenninck over iets wat hij op televisie heeft gezien. Er was bij het aanmeldcentrum in Ter Apel een jongen op de aanwezige journalist Danny Ghosen afgestapt om de voormalige asielzoeker Ghosen te bewonderen terwijl hij, die jongen, kort daarvoor andere asielzoekers had uitgemaakt voor gelukzoekers. Het accent van de jongen deed Schimmelpenninck denken aan het Twentse accent uit zijn jeugd.

Een stukje verderop in de column gaat het over Albergen, het dorp in Overijssel waar de bevolking te hoop loopt tegen het onderbrengen van asielzoekers in een hotel. “Heus, er zullen ook humane Albergers zijn, er zijn immers ook heus aardige Russen, maar er liepen wel erg veel mensen mee in een Ku Klux Klan-achtige mars met omgekeerde vlaggen,” noteert Schimmelpenninck.

En dan komt hij tot zijn conclusie: “Extreemrechts heeft Nederland in de houdgreep en de fatsoenlijken zijn muisstil.”

Onzin.

Extreemrechts heeft Nederland helemaal niet in de houdgreep. Zie de samenstelling van de Tweede Kamer, zie de huidige coalitie. Het is waar dat relatief veel mensen ‘rechts’ hebben gestemd, maar de lijnen werden en worden uitgezet door CU, CDA, D66 en VVD. Extreemrechts is een marginaal en vooral abject verschijnsel en dat moet, wat mij betreft, vooral zo blijven.

De fatsoenlijken zijn helemaal niet muisstil. De aanwezigheid van Ghosen in Ter Apel laat het zien. Zijn cameraman registreerde zeer subtiel de dommigheid van een minderheid en het werd meermaals op nationale televisie uitgezonden. We konden er allemaal van meegenieten.

Wat erg is, is dat Schimmelpenninck zich in zijn column schuldig maakt aan precies dezelfde achterlijkheid als de Ghosen-fan in Ter Apel en de marslopers in Albergen. Ook hij gooit iedereen op een hoop, in dit geval ‘de plattelanders’.

Citaat: ‘Het platteland zucht onder een gebrek aan diversiteit. Waar regio’s als Twente, Drenthe, Groningen vroeger een mengelmoes vormden van conservatieve CDA-stemmers en PvdA-stemmende arbeiders, begint alles buiten de Randstad massaal naar populistisch rechts te hangen.’

Inderdaad, hier worden Twente, Drenthe en Groningen gelijkgesteld aan ‘alles buiten de Randstad’. In werkelijkheid is het aantal populistisch rechts-stemmende mensen ongelijkmatig over het land verdeeld. Er zitten er veel aan de rand van het land, dat is waar. Maar ze wonen ook op andere plekken.

De werkelijkheid is niet zo simpel als Schimmelpenninck doet voorkomen. Wat natuurlijk ook kan, is dat Schimmelpenninck simpel denkt om aandacht te trekken. Dat is de mediastrategie van extreemrechts, daar denken ze over complexe zaken ook zo simpel mogelijk.

Een paar weken geleden woonde ik tijdens festival Noorderzon in Groningen een avondje bij met Peter Middendorp en Peter Buwalda, twee columnisten bij de Volkskrant. Zij spraken onder meer over de maatschappijkritische column, de column met een mening.

“Ik wilde vroeger columnist worden, omdat ik dacht dat een columnist iemand was als een cabaretier. De wereld is suf en dan ga jij een beetje prikken en stoken en brutaal en gedurfd doen,” sprak Middendorp. “Maar de wereld is zo over de kop geslagen, zo overstuurd, dat de rol van de columnist anders wordt. Je moet mensen nu tot kalmte manen en opvoeden. Dat is helemaal geen leuke rol. Het debat is ziek. Ik kan daar niet meer tegen.”

Buwalda reageerde door over W.F. Hermans te beginnen. “Hermans was met zijn polemieken in zijn tijd de enige die kwaad was. Heel Nederland stond daar met open mond naar te kijken. Nu is heel Nederland kwaad. En staan wij als columnisten daar met open mond naar te kijken. Er wordt wel gezegd dat schrijvers niet meer polemisch zijn. Dat is om die reden. Als je nu polemisch doet, doe je hetzelfde als Geen Stijl.”

Kortom, alles voor de aandacht, alles voor de clicks. En alles wat aandacht krijgt groeit. Ik dank u voor uw aandacht en tijd.


Gezellig dat uitfestival in Emmen, maar achter de schermen een rommeltje

Dewy Leal en Marieke Vegt Opening Uitfestival Emmen 2022
Op het eerste gezicht was de uitmarkt in Emmen, afgelopen zaterdag, een uitmarkt als alle vorige. Er waren kraampjes met vrijwilligers die uitnodigden komend seizoen cultureel actief te worden. Er waren workshops voor mensen die wilden leren rappen of spoken word voordragen. Er kon geknutseld worden, vooral door kinderen. Er konden praatjes worden gemaakt, vooral door volwassenen. ’s Middags waren er minder jongeren dan ’s avonds voor optredens die op jongeren gericht waren.

Maar wie zocht, vond verschillen. Zo hadden allerlei vertrouwde plekken in het Rensenpark een nieuwe naam gekregen – Community Art & Kidsplein, Facetplein, Cultureel Kwartier etc. – waardoor bezoekers ineens de weg kwijt waren. Zo was de markt niet bedoeld als uitmarkt, maar als uitfestival waar de vermeende passiviteit werd verjaagd onder het motto ‘Meedoen, beleven en verwonderen’. Zo werd de opening verricht door cultuurwethouder Dewy Leal en Marieke Vegt van stichting Kunst & Cultuur (K&C) uit Assen.

Het publiek merkte er weinig van, maar achter de schermen was het een rommeltje. Om te beginnen had een aantal cruciale lokale culturele instellingen de gemeentelijke opdracht om een opening van het cultureel seizoen te organiseren teruggegeven. Na twee coronajaren zich weer eens presenteren op een markt, wilden ze wel. Gezamenlijk een (meerdaags) festival met een bovenregionale uitstraling organiseren, bleek te veel gevraagd.

Dus klopte Emmen aan bij K&C. Die gang naar Canossa werd in eerste instantie beantwoord met de mededeling dat K&C niet door de provincie Drenthe wordt betaald om lokale openingen van het cultureel seizoen te organiseren. Wat gemeenten als Hoogeveen en Assen op eigen kracht kunnen, moet Emmen ook kunnen. Wel bleek K&C bereid een voorstel te doen voor ‘het ontwikkelen van een nieuw festivalconcept’ en een artistiek en zakelijk leider voor te dragen voor een eerste editie.

Die leider was zaterdag in geen velden of wegen te bekennen. Vervangen? Overspannen? Opgebrand? Afgehaakt? In ieder geval telefonisch onbereikbaar. Wie er ook niet was, was het Franse theatergezelschap Mécanique Vivante dat de opening zou verzorgen en als hoofdact moest fungeren. Op het laatste moment bleek hun spektakelvoorstelling ongeschikt. Niet alleen zou de spanning van het naastgelegen spoortracé moeten worden afgehaald, ook zouden verschillende bomen in het Rensenpark moeten worden gesnoeid.

Glazendraaier Rogiers Kappers Uitfestival Emmen 2022
Ook niet gezien, maar wel beloofd om subsidies los te krijgen: de acrobatische voorstelling Damocles van het eveneens Franse gezelschap Inextremiste. Eveneens aanwezig, tot groot genoegen van het publiek, was glazendraaier Rogiers Kappers en zijn uit 52 cognac-, bier- en wijnglazen bestaande glasorgel. Ook beschikbaar, als vanouds, de Grote Kerk. Buiten het park werden de muziekoptredens daar redelijk tot goed bezocht.

Als geluk bij een ongeluk was de precieze festivalprogrammering niet groots en duidelijk aangekondigd. Afgezien van een reeks weinig tot nietszeggende advertenties, een onoverzichtelijke website en dingen op ‘de socials’ kwam de communicatie- en marketingcampagne in het kort neer op het bevorderen van verwarring. Ter illustratie: zaterdagmorgen om 0.20 uur werd een persbericht verspreid met de mededeling dat het Atlas Theater de avond daarvoor op feestelijke wijze het nieuwe seizoen had afgetrapt.

Wat zegt dit alles?

Voor wie zich druk wil maken heel veel. Het duidt erop dat ‘de culturele partners’ in Emmen de handen vol hebben aan zichzelf en niet in staat zijn samen van losse delen een som met meerwaarde te maken. Dat kan een gevolg zijn van de coronapandemie toen ook de cultuursector in Emmen kopje onder dreigde te gaan en pas op het allerlaatste moment meters ver verwijderd van de maalstroom een reddingsboei toegeworpen kreeg.

Tegelijkertijd kan het typerend zijn voor Emmen: op papier van alles willen met kunst en cultuur, maar in de praktijk de ambities niet kunnen waarmaken. Volgens sommigen omdat de (financiële) middelen niet voorhanden zijn. Volgens anderen omdat er nog nooit serieus en structureel is geïnvesteerd in een levendig cultureel klimaat.

Wellicht veelzeggend: toen Emmen in 2015 en 2016 culturele gemeente van Drenthe was, ging dat gepaard met de slogan ‘Van goede grond’. Eerder dit jaar, of het jaar daarvoor, ik weet het niet meer precies en heb geen zin om het na te zoeken, werd de bijbehorende Van Goede Grond-facebookpagina omgebouwd tot het veel minder vruchtbaar klinkende Kunst en Cultuur Gemeente Emmen.

Optreden Primaat Uitfestival Emmen 2022
Om niet geheel in mineur te eindigen: er viel zaterdag wel degelijk iets goeds te beleven in het Rensenpark. Zelf bracht ik de meeste tijd door in de hoek met de naam Het Cultureel Kwartier, vlakbij het onderkomen van Loods13, in de buurt van Volkswagenbusjes die als uitvalsbasis dienden voor Filmhuis Emmen en het Filosofiecafé Emmen met onbelemmerd zicht op een flink podium waar door inspanningen van The Bake Shop werd opgetreden door bands als From//October en Primaat.

Op diezelfde plek probeerde het Atlas Theater ’s avonds bij volle maan met de programmering van optredens van Tim Akkerman (17/12), Handsome Poets (14/11) en Buddy Vedder (14/11) de kaartverkoop te stimuleren voor hun avonden in het theater. Slotact MC Brainpower en dj TLM deden op hun beurt een poging Atlas te interesseren voor het theaterprogramma The story of hiphop. Dat lukte bij vlagen heel aardig, maar leidde nog niet direct tot een boeking. Ze staan wel in de theaters van Hoogezand, Meppel en Sneek.

Al die tijd was het weer voortreffelijk. Rustte er toch iets van zegen op.


Meer ruimte voor kunst van vrouwen (bijvoorbeeld in het Drents Museum)

Thérèse Schwartze (1851-1918)  Portret van Lizzy Ansingh  ongedateerd  olieverf op doek  196 x 116 cm  collectie Drents Museum (schenking Stichting Vrienden van het Drents Museum).Drie jaar geleden, eind 2019, is het Drents Museum een onderzoek gestart kunst van vrouwen in de collectie Kunst rond 1900, een van de speerpunten van het museum in Assen. Het onderzoek leverde twaalfhonderd objecten van negentig vrouwelijke kunstenaars op en leidde tot een plan om meer aandacht te besteden aan diversiteit in de collectie van het museum.

Een van de werken die bij het onderzoek kwam bovendrijven, was het schilderij Vrouw met zonnebloemen uit 1885 van Thérèse Schwartze, rond 1900 een van de meest succesvolle vrouwelijke kunstenaars in Nederland. In vervolg daarop maakte het museum donderdag bekend dat een groot schilderij van Schwartze is aangekocht, het ongedateerde Portret van Lizzy Ansingh.

Ik schrijf dit ook omdat Dagblad van het Noorden vandaag, vrijdag, ruim aandacht schenkt aan de positie van vrouwelijke kunstenaars. De gebeurt met twee stukken: een over wat op veilingen wereldwijd wordt betaald voor kunst gemaakt door vrouwen, een over wat musea in Noord-Nederland doen om de kloof tussen vrouwen en mannen ter verkleinen.

Het Drents Museum is behoorlijk actief op dit terrein. Dat blijkt niet alleen uit voornoemd onderzoek en de aankoop van Portret van Lizzy Ansingh, dat blijkt ook uit een reeks tentoonstellingen met een aankopen van werk van hedendaagse vrouwelijke kunstenaars. Wat die aankopen betreft, zit er meer aan te komen. Komende jaren wil het museum de collectie uitbreiden met zelfportretten van vrouwelijke kunstenaars rond 1900.


Denkend aan de bietencampagne

Peergroup bereidt een nieuwe voorstelling voor: De Bietencampagne. Net als voor Slachtvisie wordt bij de totstandkoming gebruik gemaakt van verhalen van mensen die herinneringen hebben aan of betrokken zijn bij dit plattelandsritueel. ‘Materiaal’ aanleveren kan via dit adres: bietencampagne@peergroup.nl

Los van een verdwaalde biet bij de rotonde van Gieten beperken mijn ervaringen zich tot ritjes op de N34 waar ik in de herfst soms achter een vrachtwagen van Wigchers Transport uit Schoonoord mag rijden. Terwijl de jongens van Wigchers dieselen naar voorheen Suiker Unie in Groningen thans Cosun Beet Company, denk ik na over mijn werk. Ieder zijn vak.

N34 herfst

Wanneer De Bietencampagne wordt opgevoerd, staat nog niet vast. Ergens volgend jaar, vermoedelijk in Groningen. Want in Drenthe doet Peergroup, nog tot eind dit jaar gevestigd in Donderen, naar mijn beleving veel te weinig.


In de muziekkoepel, uit de wind

Muziekkoepel Ruinen
Ooit stond op de Brink van Ruinen een muziekkoepel. Niet zo’n heel oude, bouwjaar 1997. Vanwege een herinrichting van het dorpscentrum in 2014 of 2015 moest het podium weg. Maar waarheen?

Naar het erf van de familie Storm aan de Huttenweg. De eerste jaren werd de koepel regelmatig gebruikt, voor feesten en partijen. De laatste twee jaar is daar een beetje de klad ingekomen. Vanwege corona.

Sinds de verplaatsing is de koepel van Ruinen weinig veranderd. Dat wil zeggen: de rietkap is mosvrij gemaakt, de voet is ingekort en lager geworden en de familie Storm heeft ‘m ingepakt met zeilen. Zodat ze in de koepel uit de wind kunnen zitten. Of hem kunnen gebruiken als opslagruimte.