Leest 'Winterthur' van Alexander Nieuwenhuis

Winterthur Alexander Nieuwenhuis1
Ter voorbereiding op een interview in De Literaire Hemel, komende vrijdag in Amen, lees ik de roman Winterthur van Alexander Nieuwenhuis. Dat doet ik al een tijdje. Laatst betrapte ik mezelf op wat ik uitstellezen wil noemen. Het komt erop neer dat ik als lezer niet wil dat een boek is uitgelezen.

Tijdens een van die uitstelleesmomenten liet ik mijn mijn gedachten afdrijven naar de bekendmaking van de longlist voor de Libris Literatuurprijs. Het nieuws daarover had in mijn steeds kleiner wordende kring – zie de boekverkoopcijfers – tot kritiek geleid. Die roman stond niet op de lijst, ten onrechte, die niet, die niet en die niet. Ook Winterthur, verschenen in mei vorig jaar, had de lijst niet gehaald. Waarom?

Terwijl ik Nieuwenhuis weglegde en een ander boek pakte, non-fictie, en daarna een dichtbundel, dacht ik aan de jury van de Libris-prijs. Die uit meer dan tweehonderd Nederlandstalige romans, misschien wel tweehonderdvijftig romans, achttien titels had gekozen waarvan zij, die jury, verwacht dat er een tussen zit die het verdient met een bronzenlegpenning en vijftigduizend euro te worden bekroond.

In De Gelderlander las ik dat met grote verbazing was gereageerd op het ontbreken op de lijst van De beesten, de ‘zinderende pageturner’ en ‘grote Achterhoekse roman’ van Gijs Wilbrink. In de krant, editie Doetinchem, werd gesproken van een ‘absolute misser’ en een ‘dieptepunt’. “Blijkbaar zijn er in 2022 achttien (!) betere Nederlandstalige literaire werken verschenen,” aldus journalist Henny Haggeman volgens zijn Facebook-profiel tevens schaker, horecaspecialist en volger van viervoeter Benz.

Niets ten nadele van Haggeman, ik weet niet van wie hij er een is. Ook niets ten nadele van De beesten, een meer dan uitstekend boek. Later hoop ik Wilbrink dat persoonlijk te vertellen als híj naar Amen komt. Annette Timmer heeft hem vastgelegd voor april. Wie een mailtje stuurt, kan zich nu reeds verzekeren van een plek aan een van de asbakloze tafeltjes met hoogpolig tapijt. Dit alles terzijde. Eerst moet ik nog Alexander Nieuwenhuis interviewen.

Met een tijdschrift op schoot vroeg ik mij af hoe mensen, die menen dat dit boek wel en dat boek niet op een longlist had moeten staan, dat zo overtuigend konden weten. Misschien omdat het toegewijde lezers zijn, die bestaan nog. Maar hebben zij, net als de jury, die onder leiding staat van Hoogleraar History of International Relations & Global Governance Beatrice de Graaf, de tweehonderd, misschien wel tweehonderdvijftig romans uit 2022 gelezen?

Je kunt als lezer beweren dat De beesten een beter boek is dan, zeg, Zee nu van Eva Meijer of Herfstdraad van Jamal Ouariachi. Wat ook kan is beweren dat in 2022 – incluis De beesten – 198 of 248 Nederlandstalige romans verschenen zijn beter dan, zeg, Zee nu van Eva Meijer of Herfstdraad van Jamal Ouariachi. Dit geheel los van wat precies met ‘beter’ wordt bedoeld en de notitie dat een jury niet uit een, maar meerdere toegewijde lezers bestaat.

Terug naar Winterthur. Ik weet niet waarom dat boek de longlist van de Libris Literatuurprijs niet heeft gehaald. Misschien is het boek niet of te laat ingestuurd - ik zal het Nieuwenhuis vrijdag vragen.

Misschien staakten de stemmen na een lange en verhitte discussie en heeft Beatrice de Graaf toen een besluit moeten nemen waardoor het kaartenhuis er ineens heel anders uit kwam te zien. Jury’s worden niet zelden geplaagd door een vreemde dynamiek. Zolang een voortreffelijk boek tot winnaar wordt gekozen is dat geen ramp. Vind ik.

Winterthur is en blijft een geweldig boek. Dat vind ik ook. Ik baseer mijn persoonlijke oordeel op de elegante vertelstijl, de ingenieuze, heldere compositie, de gedurfde behandeling van het thema en het dperimerende effect dat het boek tot dusver op mij als lezer heeft.

Ik heb in 2022 betere romans gelezen, dat geef ik toe. Maar dat is mede omdat ik in 2022 ook romans heb gelezen die voor 2022 zijn verschenen. Aan de kwaliteit van Winterthur doet het niets af. Wat mij betreft. Kent iemand anders nog een goed boek? Voor later?

Nu weer verder lezen.


Alexander Nieuwenhuis, Koen Schouwenburg en Mirjam van Hengel in De Literaire Hemel

Literaire Hemel-Foto_Marcel_Jurian-De_Jong
Alexander Nieuwenhuis, Koen Schouwenburg en Mirjam van Hengel zijn vrijdag 10 februari te gast in De Literaire Hemel in Amen.

Journalist, essayist en wildernisgids Nieuwenhuis komt vertellen over Winterthur, een roman rond de vraag hoe om te gaan met de dreigende klimaatramp. Wordt de mensheid gered door de wetenschap, die alle klimaatproblemen al jaren geleden heeft voorzien, of is een nog andere omgang mogelijk?

Koen Schouwenburg, geboren in Assen en woonachtig in Groningen, debuteerde kort geleden als romanschrijver met Waar zijn de dagen voor. Zijn hoofdpersoon, Daan, blikt in afwachting van de terugkeer van zijn grote liefde terug op jaren van angst en paniek terwijl hij zich verschuilt in een bunker met boeken.

Biograaf Mirjam van Hengel kroop onder de huid van Dola de Jong, die 20 jaar geleden overleed. De Jong schreef kinderboeken, romans, columns en recensies. Van Hengel verdiepte zich in de omstandigheden die haar schrijverschap bepaalden: haar tragische jeugd, het trauma van de Holocaust, haar moeilijke positie als schrijvende vrouw en als nieuwkomer in New York.

De schrijvers worden geïnterviewd door Annette Timmer en Joep van Ruiten. Charlotte de Wolff speelt piano. Aanvang 20.15 uur. Kaarten inclusief twee consumpties á 18,50 euro verkrijgbaar via www.literairehemel.nl


Bij ‘Een vleug Jugendstil in Oost-Groningen’ in het Veenkoloniaal Museum

Jugendstil in Oost-Groningen
Wie van Jugendstil of Art Nouveau houdt, weet wellicht de weg in steden als Barcelona, Brussel, Riga en Den Haag. Maar wie goed zoekt en kijkt, kan ook dichter bij huis op straat en achter gevels de kunstopvattingen van rond 1900 aantreffen.

In 1910 werd architect Geert Jan Siccama (1885 – 1929) gevraagd in het lintdorp Wildervank een winkelpand aan de Nijverheidsstraat uit 1872 te verbouwen. Zijn opdrachtgever, middenstander Engel Ketel, had rond 1900 als verkoper van manufacturen en confectie tijdens economische bloei in de streek goede zaken gedaan.

Siccama was een man van zijn tijd, moderner dan zijn vader, die ook architect was, maar dan in Leek. Hij liet zich bij zijn ontwerp leiden door de mode en mogelijkheden van de tijd. En het mocht wat kosten, dus hij leefde zich uit met fraaie lambriseringen en bijpassend glas-in-lood. Pronkstuk werd de gevel in hoefijzervorm. Bij oplevering oogde de vernieuwde winkel binnen en buiten als een pareltje.

Nijverheidsstraat Wildervanck

Schoonheid duurt doorgaans even. In de jaren dertig ging het mooie er een beetje vanaf. Ketel deed zijn winkel uiteindelijk over aan zijn zoon, die de deuren alleen nog opende op verzoek van vaste klanten. Later werd door nieuwe eigenaren alleen de etalage nog gebruikt. Dat veranderde toen ‘pand Ketel’ werd gekocht door de huidige eigenaren, die sindsdien aan het restaureren zijn geslagen.

Oost-Groningen telt tientallen gebouwen zoals die aan de Nijverheidsstraat in Wildervank. Dat lijkt vanzelfsprekend, maar de nu zo geliefde Jugendstil is een tijd uit de mode geweest. De in 2019 overleden Fred Ootjers wist in de jaren tachtig op het nippertje te voorkomen dat in Veendam het voormalige kantoor van AVEBE zou worden gesloopt – op het gemeentehuis had niemand van Jugendstil gehoord. Daarna probeerde hij veel meer te redden.

Zijn inspanningen hebben geleid tot een uitstekende tentoonstelling in het Veenkoloniaal Museum te Veendam. Met veel foto’s, maar ook keramiek, kleding, meubels, boekbanden, affiches en decoraties (muurisolatie door beschilderd strokarton!) wordt in herinnering geroepen dat de moderne stijlopvattingen van rond 1900 ook op het platteland zijn omarmd en toegepast. Niet zo uitbundig als in de rijkste steden misschien, soms verdund, maar met ontegenzeggelijk mooi resultaat.

‘Een vleug Jugendstil in Oost-Groningen’ is tot en met 2 juli te zien in het Veenkoloniaal Museum, Museumplein 5 in Veendam. De catalogus is gemaakt door Hendrik Andries Hachmer.


In de kast ‘Over literatuur’

Van der Velde A-kerkhof1
Voor mijn aankopen ter gelegenheid van de Poëzieweek bracht ik een bezoek aan boekhandel Van der Velde aan het A-kerkhof in Groningen. Een mooie winkel, mede vanwege de verdieping met tweedehandsboeken. Ook daar nam ik een kijkje.

Gelukkig trof ik goed gezelschap in de kast met het opschrift ‘Over literatuur’. Gelukkig zag ik een goed gelezen exemplaar. 


Tentoonstelling en lezing over C.O. Jellema in de bibliotheek van Leens

C.O. Jellema in 1991. Foto Wladimir van der Burgh
Ter gelegenheid van de Poëzieweek en naar aanleiding van het verschijnen van de biografie Aan rozen denk ik in de winter opent vrijdag in de bibliotheek van Leens een tentoonstelling over de dichter en essayist C.O. Jellema (1936 – 2003).

Citaat uit een uitnodiging die werd toegestuurd door Stichting Behoud Bibliotheek de Marne: “De tentoonstelling toont nieuw, aansprekend beeld- en tekstmateriaal, waaronder gedichten, bijzondere uitgaven en videomateriaal, dat zowel liefhebbers van Jellema’s werk, als degenen die graag met deze bijzondere dichter willen kennismaken, zal interesseren.”

Jellema bracht de laatste veertien jaar van zijn leven door in Leens, waar hij met zijn partner Klaas Noordhuis het monumentale Leenster landhuis “Oosterhouw” bewoonde. In genoemde biografie laat Gerben Wynia zien dat hij er de rust en tevredenheid vond die hij gedurende zijn leven zocht.

De tentoonstelling, die te zien zal zijn tot en met 31 maart, wordt geopend door burgemeester Henk Jan Bolding van de gemeente Het Hogeland. Na de opening houdt biograaf Gerben Wynia een lezing.  Zie ook deze link.


Praten over de staat van de poëzie in Kunstplaza Schurer te Assen

Logo-PW-2023

Ingezonden mededeling van het Departement voor Filosofie en Kunst in Assen, kortweg DeFKa:

“Op woensdagmiddag 1 februari bekijkt DeFKa de wereld vanaf de 5e verdieping van Vanderveen in Kunstplaza Schurer op een poëtische manier. Indachtig het thema ‘Vriendschap’ met daarbij lettend op de woorden van Lieke Marsman: ‘In hemelsnaam meer kunstenaars in de politiek, hoe fijn zou dat zijn’ en ‘Eén van de belangrijkste dingen die poëzie mij geleerd heeft is niks doen’. Of Maxim Februari: ‘Onze dichters zijn van oudsher het best op vloeibaarheid voorbereid’.

We gaan het erover hebben: over De Staat van de Poëzie, met medewerking van Awater. Zij die willen participeren zijn welkom. Plaats/tijd: woensdag 1 februari, 14.00-16.00 uur, in Kunstplaza Schurer/Vanderveen.”

Wie in de stemming wil komen voor deze bijeenkomst, kan zich voorbereiden door een exemplaar van tijdschrift Awater te kopen, een extra dikke editie voor slechts 10 euro. En het stuk ‘Over de poëzie-enquête van Awater en Poëziekrant’ van Evi Aarens lezen op Neerlandistiek.


De appelboom van Rutger Kopland is nu een bureau (en te zien tijdens Poetry per tutti)

Rutger Kopland bureau

Ik kwam thuis, het was
een uur of acht en zeldzaam
zacht voor de tijd van het jaar,
de tuinbank stond klaar
onder de appelboom

Zo begin het gedicht Onder de appelboom uit de bundel Onder het vee (1966) van Rutger Kopland. Die appelboom stond na het overlijden van ‘Kopland’ in de tuin van een van zijn dochters. Tot hij omwaaide en naar meubelmaker Peter van Eijsden in Haren is gebracht om er een bureau van te maken.

Vandaag is de appelboom van Kopland in Forum Groningen te bewonderen tijdens Poetry per tutti, een avond met gedichten en dichters. Aanvang 19.30 uur. Na afloop verhuist het bureau naar de dochter.

Voor het volledige gedicht klik hier. Voor meer over Poetry per tutti klik daar.


Bij ‘Marinetti en het futurisme’ in Rijksmuseum Twenthe te Enschede

Tullio-Crali-Duikvlucht-op-de-stad-1938

“Laat ze maar komen, de vrolijke brandstichters met hun verkoolde vingers! Daar zijn ze! Daar zijn ze… Kom op! Steek de bibliotheken in brand!... Verleg de loop der kanalen om de musea onder te laten lopen! Oh, wat een vreugde de oude roemrijke doeken, verscheurd en met uitgelopen kleuren te zien afdrijven!”

Probeer eens voor te stellen dat een Nederlandse krant een dergelijke oproep op de voorpagina zou zetten. De makers van Le Figaro deden het. In 1909.

Het leidde tot een beweging die – soms innovatief, soms agressief – een nieuwe kijk op het leven en maatschappij propageerde. Het oude moest weg. Hup! Het nieuwe moest ruim baan krijgen. Vooruit! Wat er daarna gebeurde is te zien in Rijksmuseum Twenthe.

Daar loopt deze winter een tentoonstelling over het futurisme, de explosieve kunststroming met bijbehorende levenshouding die door de Italiaanse dichter Filippo Marinetti op gang werd gebracht. Vijf zalen telt de expositie, plus twee afgeleide tentoonstellingen, samengesteld door schrijver Atte Jongstra en fotograaf Rein Jelle Terpstra. Dit voorjaar volgt nóg een futuristen-tentoonstelling, dan in museum Kröller-Müller.

De tentoonstelling in Enschede roept met schilderijen, sculpturen, publicaties, affiches, filmbeelden, geluiden en zelfs geuren de verwarrende eerste helft van de vorige eeuw in herinnering toen Italië door uitvindingen en industrialisatie ingrijpend veranderde. Honderd jaar later levert het een dynamische expositie op met tevens aandacht voor de dubieuze relatie van de futuristen met het fascisme van Mussolini.

Voorganger Marinetti (1876 – 1944) was een enthousiast opportunist. Hoewel hij zichzelf regelmatig tegensprak, lukte het hem kunstenaars voor zijn ideeën te winnen. Met fascinerende werken tot gevolg, zoals de sculptuur Auto + Race + Stad van Roberto Marcello Baldessari uit 1917. Een slimme keuze aan schilderijen maakt duidelijk dat de beeldopvattingen van de futuristen niet op zich stonden; sommige werken hadden ook in Frankrijk of Rusland gemaakt kunnen zijn.

Blikvanger van de tentoonstelling is Duikvlucht op de stad van Tullio Crali uit 1938, een dramatisch schilderij op karton waarop we vanuit de cockpit zien hoe een piloot zich naar beneden stort. “Maak steden met de grond gelijk”, schreef Marinetti in 1909 in Le Figaro . Aldus geschiedde, tijdens twee wereldoorlogen.

Marinetti en het futurisme is tot en met 19 februari te zien in Rijksmuseum Twenthe te Enschede.


Roosbeef opent concertreeks 5-jarig bestaan podium Vegafabriek Kolderveen

Roosbeef band  © Felix Baumsteiger
Post van de mensen achter De Vegafabriek in Nijeveen, voorheen een kijkplek voor hedendaagse beeldende kunst en daar weer voor de coöperatieve zuivelfabriek De Venen. Het podium aan de Kolderveen 26 bestaat vijf jaar en viert dat met een concertreeks die zondag 29 januari wordt afgetrapt door Roosbeef en haar band (foto Felix Baumsteiger).

Het toeval wil dat Roos Rebergen net een nieuw album uit heeft, Zomer in Nederland. Volgende maand gaat ze ermee op tournee. Het optreden in Nijeveen, dat medemogelijk wordt gemaakt door de Muziekcoöperatie Meppel, is derhalve een try-out. Aanvang 20.30 uur. Tickets zijn verkrijgbaar via www.devegafabriek.nl. Later volgen concerten van Litzberg (18 februari), Remy van Kesteren (11 maart), Loupe (1 april) en Freez (13 mei).


Op komst: Kunstcafé over 'Kunstenaars IN BEELD' bij CBK Emmen in De Fabriek

Op komst Kunstcafe Emmen1
Tot en met 5 maart is in De Fabriek aan de Ermerweg in Emmen bij CBK Emmen de tentoonstelling Kunstenaars IN BEELD te zien:

“In deze tentoonstelling staat het maakproces centraal. Er is veel kunst te zien, maar je krijgt als bezoeker ook een beeld van de werkwijze van de kunstenaar. Een aantal kunstenaars werkt in de tentoonstellingsruimte. Daarnaast zie je op video kunstenaars aan het werk in hun eigen atelier.”

Op basis van een open call selecteerde een selectiecommissie achttien kunstenaars: Melanie Banis, Wia van Dijk, Miriam Geerts, Marthe van de Grift, Wiesje Gunnink, Pieter Immenga, Ribal ElKhatib, Manja Kindt, Jolein Landeweer, Maarten van Leuken, Lyda Lichtenbeld, Anne-Will Lufting, Wietske Lycklama à Nijeholt, Sophie Mellema, Judith Schmidt, Eelco Smits, Monique Temmen en Anne Varekamp.

De tentoonstelling gaat gepaard met een Kunstcafé op 5 februari waarbij een aantal deelnemende kunstenaars vertelt over hun werk en werkwijze. Naast interviews, door cultuurjournalist Joep van Ruiten, is er muziek van Ribal ElKhatib met Pieter Immenga en Maarten van Leuken, draagt Eddie Zinnemers een gedicht en leest Pieter Immenga een column.

En uiteraard is er koffie, thee en drank. De middag begint om 15.00 uur en duurt tot ca 17.00 uur.